Over Emile Flamant ...

 

Missie van het Centrum Emile Flamant

Gebaseerd op de pluralistische waarden en symboolstaand voor een sociaal, emancipatorisch liberalisme wenst het Emile Flamantcentrum vzw verder te bouwen op de waarden die Emile Flamant zelf hoog in het vaandel droeg.

De vereniging heeft als doel in een pluralistische geest samenspraak en inspraak van senioren te bevorderen en een brug te vormen tussen jongeren en ouderen en dienstverlenend op te treden voor de zwakkeren in onze samenleving

 

Kernbegrippen:

  • Jong en oud verenigen
  • Sociale inzichten bijbrengen
  • Emanicpatie van het individu

 

Emile Flamant (1933-1994)

Emile Flamant werd te Gent geboren op 13 juni 1933 en kreeg van huis uit het liberaal-vrijzinnige gedachtegoed mee. Tussen 1946 en 1955, het einde van zijn studies, was hij lid van de Liberale Jonge Wacht van Ledeberg waar hij zich engageerde als bestuurslid en vervolgens als voorzitter. Hij volgde intussen secundair onderwijs aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht en studeerde verder aan de Rijksuniversi­teit Gent, waar hij in 1955 het diploma van licentiaat in de Sociale Wetenschappen behaalde. Tijdens zijn studentenjaren was hij als politiek secretaris actief in het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV).

Eenmaal afgestudeerd ging hij aan de slag als journalist voor de Antwerpse liberale krant Le Matin . In 1956 slaagde hij in het aanwervingsexamen voor het pas opgerichte ministerie van Middenstand, maar gaf op advies van zijn Gentse liberale vrienden de voorkeur aan een contract bij de liberale mutualiteit De Voorzorg. Hij maakte er naam als specialist in sociale beleidskwesties. Toen algemeen secretaris Achilles Vleurinck in 1959 overleed, volgde Emile Flamant hem op, waarna zijn invloed snel uitbreidde. Hij werd lid van de raad van bestuur van het Oost-Vlaams Verbond der Liberale Mutualiteiten en van de Nationale Bond der Liberale Mutualiteitfederaties. In 1965 richtte hij samen met Herman De Croo het Nationaal Verbond van Jonge PVV-Mutualisten op, waarvan hij ondervoorzitter werd. Daarnaast engageerde hij zich onder meer in het Liberaal Vlaams Verbond, het Willemsfonds en de Oud-ledenbond van het LVSV; hij werd ook nog lid van het wetenschappelijk comité van het Studiecentrum Herman Uyttersprot.

Intussen was hij op vraag van de Gentse PVV ook de actieve politiek ingestapt. Als vertegen­woordiger van de mutualiteit kreeg hij in 1961 de derde plaats op de lijst voor de kamerverkiezingen. Hij was de jongste op de lijst en werd niet verkozen maar maakte met zijn eerste kiescampagne toch voldoende indruk om tot de vaste kern van kandidaten te gaan behoren. In 1965 en 1968 was Emile Flamant telkens eerste opvolger. In 1971 kreeg hij de tweede plaats op de lijst en werd verkozen tot volksvertegenwoordiger. Tijdens zijn parlementaire loopbaan werd hij tweemaal fractievoorzitter (van 1976 tot 1977 en van 1984 tot 1985) en was hij ondervoorzitter van de Kamer (van 1984 tot 1985 en van 1988 tot 1994). In de Kamer ging zijn belangstelling vooral naar de sociale wetgeving met wetsvoorstellen over onder meer pensioenen, ziekte- en invaliditeitsverzekering, arbeidsongevallen, kinderarbeid, zwangerschapsonderbreking, de rol van de ziekenfondsen en het statuut van de Orde der Geneesheren. Tot zijn overlijden was hij voorzitter van de Commissie Sociale Zaken.

Emile Flamant was ook actief in de Gentse gemeenteraad. Bij de gemeenteraadsverkiezin­gen van 1964 werd hij lijstduwer en dankzij zijn inzet als mutualist en zijn uitgebreid sociaal dienst­be­toon werd hij rechtstreeks verkozen. Door de regels van onverenigbaarheid moest hij met spijt zijn baan als docent aan het Hoger Instituut voor Sociale Studies Gent opgeven, waar hij sinds 1959 lesgaf. Gedurende die jaren was het Instituut immers een uitstekend klankbord voor de toetsing van zijn sociale visie. In de gemeenteraad ging zijn aandacht vanzelfsprekend naar het sociale beleid (met nadruk op de huisvestingsproblematiek) en was hij ook een fervent verdediger van het stedelijk onderwijs. Hij behield zijn zetel tot 1985 en gaf toen zijn mandaat door aan de eerste opvolger, een achtentwintigjarige nieuweling die het later tot eerste schepen bracht: Sas van Rouveroij.

Emile Flamant was ook lid van het nationale partijbureau waar hij de belangrijkste spreekbuis was van de liberale sociale organisaties. Het was dan ook vanzelfsprekend dat hij herhaaldelijk gevraagd werd om sociale congressen en studiedagen van de PVV voor te zitten. Hij was een overtuigd pleitbezorger van het middenveld, dat in zijn ogen een belangrijke rol had als brug tussen de overheid en de burger.

In 1984 werd hij voorzitter van het Oost-Vlaams Verbond van Liberale Mutualiteiten en een jaar later volgde hij Lucien Van Maele op als voorzitter van de Nationale Bond van Liberale Mutualiteitfederaties. In 1991 huwde hij met zijn levensgezellin Laurence Van Poucke - lid van de Oost-Vlaamse provincieraad van 1978 tot 1994 - en in 1992 werd hij gevierd voor zijn 20-jarig lidmaatschap van de Kamer. In een academische zitting in de aula van de Gentse universiteit brachten de nationale en lokale liberale kopstukken Willy De Clercq, Guy Verhofstadt, Willy Waldack, Georges Anthuenis, Paul Cools, Willy Bultereys, Léon De Meyer en André Vanhove uitgebreid hulde aan de man die zij als een van de belangrijkste boeg­beelden van de sociaal-liberale strekking binnen de naoorlogse liberale partij beschouwden.

Bij de omvorming van de PVV in de VLD kwam Flamant voor een moeilijke keuze te staan. Op het statutencongres van 1993 werd de uitoefening van een belangrijke bestuurs- en/of leidinggevende functie in een mutualiteit, vakbond, werkgeversorganisatie of beroepsfederatie onverenigbaar met een nationaal politiek mandaat gemaakt, waardoor Flamant verplicht zou worden te kiezen tussen zijn kamerzetel en het voorzitter­schap van de liberale mutualiteit. Hij koos voor de mutualiteit en besloot - met pijn in het hart - zijn mandaat als volksvertegen­woordiger ter beschikking te stellen. Ten tijde van het congres was hij echter reeds zwaar ziek en hij overleed nog geen jaar later, op 3 april 1994. De burgerlijke rouwplechtigheid vond onder massale belangstelling plaats in het crematorium Westlede te Lochristi, waar Patrick Dewael in naam van de VLD een rouwtoespraak hield.

Op 21 april 1994 werd Flamant in de Kamer opgevolgd door stadsgenoot Geert Versnick.

In december 1995 werd op initiatief van zijn vrienden de Stichting Emile Flamant opgericht met Rolande Van Poucke, schoonmoeder van Emile Flamant, als eerste voorzitter. Oscar De Wandel zou haar enige tijd later opvolgen. In 1997 startte de Stichting met de uitreiking van een tweejaarlijkse Prijs Emile Flamant aan een persoon of vereniging die zich deed opmerken door zijn of haar inzet voor de noden van de samenleving. Die prijs bestond uit een kunstwerk en een cheque ter waarde van 50.000 fr. Eerste laureaat was de hulporganisatie Tele-Onthaal. In 1999 ging de prijs naar de vzw Vrijwilligers­werk in Solidariteit, een gezamenlijk initiatief van de liberale mutualiteit, Solidariteit voor het Gezin en de liberale vakbond. Daarna werd het wat stil rond de Stichting, tot in 2008 een nieuw initiatief werd genomen. De Stichting werd omgevormd tot het Centrum Emile Flamant met Mathias De Clercq, kleinzoon van Willy De Clercq, als eerste voorzitter.